| Preek van de week |
|
|
||
| 20 december - vierde adventszondag |
|
|
Lezingen:
Micha
5,1-4
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Nog maar vier dagen scheiden ons
van Kerstmis, het feest van Jezus’ geboorte. Het evangelie van vandaag
keert negen maanden terug: naar de beginnende zwangerschap van Maria.
Eigenlijk worden we 80 jaar teruggeprojecteerd, want Lucas schreef deze
tekst rond het jaar 80. Het was in de volksopvatting van die tijd de
mening dat een groot religieus figuur reeds in de moederschoot door God
gezegend was. De profeet Jeremia en later Paulus weten zich reeds voor
hun geboorte door God geroepen. ‘Eer ik u vormde in de moederschoot,
heb Ik u geheiligd’, lezen we (Jeremia 1,5; Galaten 1,15). Als Lucas
dit evangelie schrijft, kent hij reeds het leven van Jezus, zijn
kruisdood en verrijzenis. Hij weet reeds dat de eerste christenen Jezus
vereren als de Messias, Gods evenbeeld. Wij, mensen, zeggen ook soms
achteraf, soms jaren nadien: ’Het heeft zo moeten zijn.’ Ze drukken
daarmee hun geloof uit dat ons levenslot als het ware door God beschikt
is. In dit evangelie van Lucas gaat het om de ontmoeting
van twee vrouwen die beiden in verwachting zijn. Elisabet, die
onvruchtbaar heette en in haar zesde maand in verwachting is van de
latere Johannes de Doper, de grote profeet, voorloper van Jezus Messias,
en Maria, het jonge joodse meisje dat nog maar pas zwanger is van Jezus.
Maria is niet haar echte naam. Het is de Griekse vertaling van haar
Hebreeuwse naam ‘Mirjam’. Haar ouders hadden haar genoemd naar
Mirjam, het zusje van Mozes. In bange tijden had die Mirjam de wacht
gehouden bij het weerloze kind in het riet. Ze had waakzaam toegezien
toen het kind uit het water van de dood werd gehaald en naar het hof van
de farao werd gebracht.
Na de bevrijding uit de slavernij van Egypte was zij
met Mozes en Aäron mee voorgegaan als leidster van het volk. Mirjam
voert allen aan die opkomen voor de verdrukten. Zij zingt haar
Magnificat om Israëls bevrijding. Elisabet, zo lezen we, juicht met
luide stem, d.w.z. vol blijdschap: ‘De meest gezegende ben je van alle
vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot!’ Elisabet, in het
Hebreeuws Eliseba, draagt dezelfde naam als de vrouw van Aäron. In de
bijbelse tijd zijn de namen van mensen héél belangrijk. De naam die
iemand krijgt, wijst op zijn of haar opdracht. Maria, die moeder zal
worden van Jezus-Messias, is de nieuwe Mirjam. Ze staat, zoals haar
patrones, samen met Elisabet, de opvolgster van Eliseba, aan de wieg van
Gods bevrijding.
Deze vrouwen schrijven door hun moederschap
geschiedenis. Er breekt een nieuwe toekomst aan. Johannes de Doper zal
de weg bereiden voor Jezus door zijn oproep tot boete en bekering.
Jezus, ‘Jeshoea’, wat betekent ‘God redt’, zal als langverwachte
Messias verlossing en bevrijding brengen namens God. In hem zal Gods
rijk van vreugde, vrede, liefde en gerechtigheid doorbreken. Gods
menslievendheid verschijnt concreet in het leven van Jezus. Maria zal
geleidelijk aan ervaren en beseffen wie haar zoon eigenlijk is. Zij zal
in hem geloven en hem trouw blijven tot aan de voet van het kruis. En
daarna zal ze, met de andere vrouwen en samen met de apostelen,
Pinksteren afwachten, de stormachtige doorbraak van het christendom uit
kracht van Gods Geest, de Geest van Jezus, die onweerstaanbaar de harten
van velen vol vurigheid vervult.
Noch Elisabet, noch Mirjam hebben geweten wat hen te
wachten stond en wat de geboorte van hun zonen zou teweegbrengen in de
geschiedenis. Als moeders in blijde verwachting ontmoeten ze vandaag
elkaar vol vreugde. Als moeders, vol verwachting en vol warme liefde en
toewijding, hebben ze hun kind opgevoed en zien opgroeien. Als moeders,
die de ongewone en uitdagende levenswijze van hun zonen niet begrepen,
zijn ze trouw gebleven. Beiden werden ze ook pijnlijk lijdende moeders,
die tot in diepst van hun hart getroffen werden door de wrede dood van
hun zonen. Johannes de Doper zal onthoofd worden door Herodes. Jezus zal
de gruwelijke kruisdood sterven, verraden, verloochend, verguisd.
Als we donderdag kerstavond vieren met jubelend
gezang en muziek, met kleurrijk licht en een feestelijk decor van
kerstbomen en sterren en kijken naar de kribbe met het kind, dan weten
we hoe ’t leven was van deze Jeshoea van Nazaret. Dan worden we
ontroerd en dankbaar om zo veel liefde van Godswege voor ons, mensen.
Dan mogen we, zoals Elisabet en Mirjam, allen zalig prijzen die geloven
dat de levensweg van het kerstekind een weg is van heil voor ons allen:
een weg van Licht in onze duistere crisistijd.
Jezus van Nazaret is onze hoop op een andere en
betere wereld. Hij is de ‘ster’ die ons voorgaat. Hebben wij het
hart van de herders, van de drie wijzen, van Mirjam en Jozef ? Kiezen we
ook voor de stal of gaan we liever naar het paleis van koning Herodes en
Pontius Pilatus? De ster Jezus bleef staan boven de stal; bij de
eenvoud, de armoede, de kleinheid, de zachte krachten van de vrede en de
Liefde.
Rob Moens, dominicaan, Genk
|
| |