Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  20 december - vierde adventszondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Micha 5,1-4
Lucas
1,3945

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Het heil in de schoot gedragen

 De bekende verhalen van de laatste weken die ons naar het kerstgebeuren toe voeren vinden we alleen bij Lucas. Daartoe behoort het optreden van Johannes de doper die mensen oproept tot bekering, de verhalen over de aankondiging van de geboorte van Johannes de doper en van Jezus, de opdracht in de tempel met de oude Simeon en Hanna, en vandaag de ontmoeting tussen Elisabeth en Maria. Al deze verhalen heeft Lucas helemaal op het laatst aan zijn evangelie toegevoegd. Eigenlijk dacht hij duidelijk genoeg te zijn geweest door te beginnen bij Jezus’ eerste optreden als volwassen man. Dat is zijn openingspreek in de synagoge van Nazareth (Lucas 4). Hij leest voor uit de profeet Jesaja over de nieuwe tijd waar mensen zo naar uitkeken. "De geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven." Een nieuwe tijd van algeheel herstel in gerechtigheid en barmhartige liefde. Daarvan zegt Jezus: dat begint nu. Hier en nu. En meteen veroorzaakt hij opschudding en wordt hij weggejaagd.
Zo dacht Lucas van meet af aan de spanning in zijn verhaal te hebben ingebouwd. Door van bij de aanvang vooruit te blikken naar de smadelijke ontknoping van zijn executie.

De vrouw van Lucas, die over zijn schouder nauwlettend zijn tekst mee volgde vond echter dat er nog een inleiding ontbrak. Lucas dan maar terug aan de slag. En het is een indrukwekkende ouverture geworden. Diep in zijn hart gaf Lucas zijn vrouw overigens gelijk. Zij had namelijk vooral oog voor de niet-joodse mensen die deel uitmaakten van de gemeenschap voor wie Lucas schrijft. Wij zijn in het jaar 85 en de verspreiding van de christelijke beweging heeft vooral voet aan de grond gekregen in de Grieks-Romeinse cultuur. Bij mensen die eigenlijk niet vertrouwd waren met die joodse manier van denken.

Jezus zelf was echter op en top Jood. Hij was gevormd door de joodse traditie, door de verhalen die hij van kindsbeen af had mee gekregen, hij onderhield de sabbat, en onderschreef het credo zoals elke Jood dat deed. Toch was hij op instigatie van de joodse leiders aangeklaagd en uiteindelijk door de Romeinen terechtgesteld. Kort na zijn dood echter breekt de christelijke beweging naar buiten en krijgt ze, gaandeweg, meer aanhang bij niet-joodse mensen. Bij Lucas vormen ze zelfs de meerderheid. Een beetje problematisch toch wel: Jezus een Jood, en zijn aanhangers uit de niet-joodse wereld. Hoe kon dat klikken? Vandaar die uitvoerige inleiding met de verhalen over Johannes de doper en Jezus en de verschillende figuren daarrond, zoals ook die oude Simeon en Hanna in de tempel.

Vandaar dat Lucas, bij wijze van inleiding, twee verhalen naast elkaar zet als ouverture. Eigenlijk twee reeksen verhalen. De eerste gaat over Johannes de doper. Hier zijn we helemaal in de sfeer van de joodse traditie. De aankondiging van diens geboorte gebeurt aan Zacharias, de vader, die priester is, en wel op de plaats waar God geacht wordt het gebed van zijn volk te aanhoren, in de tempel. Johannes wordt aangekondigd als de wegbereider van iemand die na hem komt en die groter zal zijn dan hijzelf.

De tweede reeks verhalen gaat over Jezus. Het bijzonder karakter van deze geboorte gaat die van Johannes nog te boven. De aankondiging gebeurt namelijk niet aan de echtgenoot Jozef, die trouwens ook al geen priester is, maar aan de toekomstige moeder, een jonge, ongehuwde vrouw die ergens in een godvergeten plek woont, in Nazareth.

En dan schrijft Lucas dit ontroerend verhaaltje dat zo uit het gewone leven kon zijn geplukt. Twee vrouwen die onverwacht zwanger zijn geworden, zoeken elkaar op. Niet alleen omdat ze elkaar zo veel te vertellen hebben, maar vooral omdat op deze wijze Gods werkzaamheid in de geschiedenis oplicht. Het is niet de macht van breken en heersen zoals koningen en keizers graag te werk gaan. Gods werkzaamheid licht op in de openheid van de tweederangsfiguren die vrouwen in deze cultuur toch zijn. Er is evenmin sprake van het opeisen van het eigen grote gelijk, van ‘ik ben meer en groter dan jij’, ‘ik heb de waarheid die jij nog niet kent’. Niets van dat alles.

Een onopgemerkte alledaagse ontmoeting van twee volksvrouwen. Hier gebeurt het. Kenmerkend is de vreugde die het hele gebeuren doortrilt. Niet alleen van Elisabeth om Maria die haar komt opzoeken, maar ook de kleine Johannes laat zich niet onbetuigd. Reeds in de buik van zijn moeder voert hij een kleine salto op als teken van blijdschap.

Opvallend is ook hoe Gods werkzaamheid zich op een zeer lichamelijke wijze voltrekt. Maria en Elisabeth: twee vrouwen die heil in hun lichaam, in hun schoot dragen. Toekomst dragen ze. Letterlijk. Daarin belichamen ze een andere kracht dan zij die menen het wereldgebeuren met macht en geweld te beheersen.

De kinderen die Maria en Elisabeth het leven schenken, zullen door de machtigen en de priesters geëlimineerd worden. Johannes wordt gevangen gezet en onthoofd. Jezus wordt gekruisigd. Toch worden zij binnen de christengemeenschap beleden als dragers van goddelijk heil. Zij brengen inderdaad een andere wereld aan het licht. Een wereld waarin zich de volgelingen en sympathisanten van Jezus herkennen, van allen die zich over enkele dagen verheugen over de herdenking van Jezus’ geboorte.

Ignace D’hert

 
  Prekenlijst