| Preek van de week |
|
|
||
| 20 december - vierde adventszondag |
|
|
Lezingen:
Micha
5,1-4
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
De bekende verhalen van de laatste weken die ons naar
het kerstgebeuren toe voeren vinden we alleen bij Lucas. Daartoe behoort
het optreden van Johannes de doper die mensen oproept tot bekering, de
verhalen over de aankondiging van de geboorte van Johannes de doper en
van Jezus, de opdracht in de tempel met de oude Simeon en Hanna, en
vandaag de ontmoeting tussen Elisabeth en Maria. Al deze verhalen heeft
Lucas helemaal op het laatst aan zijn evangelie toegevoegd. Eigenlijk
dacht hij duidelijk genoeg te zijn geweest door te beginnen bij Jezus’
eerste optreden als volwassen man. Dat is zijn openingspreek in de
synagoge van Nazareth (Lucas 4). Hij leest voor uit de profeet Jesaja over
de nieuwe tijd waar mensen zo naar uitkeken. "De geest van de Heer rust
op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te
brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend
te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun
vrijheid te geven." Een nieuwe tijd van algeheel herstel in
gerechtigheid en barmhartige liefde. Daarvan zegt Jezus: dat begint nu.
Hier en nu. En meteen veroorzaakt hij opschudding en wordt hij
weggejaagd. De vrouw van Lucas, die over zijn schouder
nauwlettend zijn tekst mee volgde vond echter dat er nog een inleiding
ontbrak. Lucas dan maar terug aan de slag. En het is een indrukwekkende
ouverture geworden. Diep in zijn hart gaf Lucas zijn vrouw overigens
gelijk. Zij had namelijk vooral oog voor de niet-joodse mensen die deel
uitmaakten van de gemeenschap voor wie Lucas schrijft. Wij zijn in het
jaar 85 en de verspreiding van de christelijke beweging heeft vooral
voet aan de grond gekregen in de Grieks-Romeinse cultuur. Bij mensen die
eigenlijk niet vertrouwd waren met die joodse manier van denken.
Jezus zelf was echter op en top Jood. Hij was gevormd
door de joodse traditie, door de verhalen die hij van kindsbeen af had
mee gekregen, hij onderhield de sabbat, en onderschreef het credo zoals
elke Jood dat deed. Toch was hij op instigatie van de joodse leiders
aangeklaagd en uiteindelijk door de Romeinen terechtgesteld. Kort na
zijn dood echter breekt de christelijke beweging naar buiten en krijgt
ze, gaandeweg, meer aanhang bij niet-joodse mensen. Bij Lucas vormen ze
zelfs de meerderheid. Een beetje problematisch toch wel: Jezus een Jood,
en zijn aanhangers uit de niet-joodse wereld. Hoe kon dat klikken?
Vandaar die uitvoerige inleiding met de verhalen over Johannes de doper
en Jezus en de verschillende figuren daarrond, zoals ook die oude Simeon
en Hanna in de tempel.
Vandaar dat Lucas, bij wijze van inleiding, twee
verhalen naast elkaar zet als ouverture. Eigenlijk twee reeksen verhalen.
De eerste gaat over Johannes de doper. Hier zijn we helemaal in de sfeer
van de joodse traditie. De aankondiging van diens geboorte gebeurt aan
Zacharias, de vader, die priester is, en wel op de plaats waar God
geacht wordt het gebed van zijn volk te aanhoren, in de tempel. Johannes
wordt aangekondigd als de wegbereider van iemand die na hem komt en die
groter zal zijn dan hijzelf.
De tweede reeks verhalen gaat over Jezus. Het
bijzonder karakter van deze geboorte gaat die van Johannes nog te boven.
De aankondiging gebeurt namelijk niet aan de echtgenoot Jozef, die
trouwens ook al geen priester is, maar aan de toekomstige moeder, een
jonge, ongehuwde vrouw die ergens in een godvergeten plek woont, in
Nazareth.
En dan schrijft Lucas dit ontroerend verhaaltje dat
zo uit het gewone leven kon zijn geplukt. Twee vrouwen die onverwacht
zwanger zijn geworden, zoeken elkaar op. Niet alleen omdat ze elkaar zo
veel te vertellen hebben, maar vooral omdat op deze wijze Gods
werkzaamheid in de geschiedenis oplicht. Het is niet de macht van breken
en heersen zoals koningen en keizers graag te werk gaan. Gods
werkzaamheid licht op in de openheid van de tweederangsfiguren die
vrouwen in deze cultuur toch zijn. Er is evenmin sprake van het opeisen
van het eigen grote gelijk, van ‘ik ben meer en groter dan jij’, ‘ik heb
de waarheid die jij nog niet kent’. Niets van dat alles.
Een onopgemerkte alledaagse ontmoeting van twee
volksvrouwen. Hier gebeurt het. Kenmerkend is de vreugde die het hele
gebeuren doortrilt. Niet alleen van Elisabeth om Maria die haar komt
opzoeken, maar ook de kleine Johannes laat zich niet onbetuigd. Reeds in
de buik van zijn moeder voert hij een kleine salto op als teken van
blijdschap.
Opvallend is ook hoe Gods werkzaamheid zich op een
zeer lichamelijke wijze voltrekt. Maria en Elisabeth: twee vrouwen die
heil in hun lichaam, in hun schoot dragen. Toekomst dragen ze.
Letterlijk. Daarin belichamen ze een andere kracht dan zij die menen het
wereldgebeuren met macht en geweld te beheersen.
De kinderen die Maria en Elisabeth het leven schenken,
zullen door de machtigen en de priesters geëlimineerd worden. Johannes
wordt gevangen gezet en onthoofd. Jezus wordt gekruisigd. Toch worden
zij binnen de christengemeenschap beleden als dragers van goddelijk heil.
Zij brengen inderdaad een andere wereld aan het licht. Een wereld waarin
zich de volgelingen en sympathisanten van Jezus herkennen, van allen die
zich over enkele dagen verheugen over de herdenking van Jezus’ geboorte.
Ignace D’hert |
| |