In deze vroegere dominicanenkerk staat Dominicus hoog op zijn
sokkel in marmer verankerd.
Zeer waarschijnlijk kwamen al in 1220 - amper drie jaar na het
ontstaan van de orde - enkele predikbroeders naar Gent. In 1228
werden de kloosters van Gent en Leuven in elk geval officieel erkend
op het generaal kapittel van Parijs. In Antwerpen vestigden zich
dominicanen in 1256.
Wie Dominicus als mens was, zijn we enkel te weten gekomen via
geschriften van derden. Zelf heeft hij weinig of niets op papier
gezet, buiten enkele brieven aan z'n zusters in Prouille. Maar de orde die hij heeft nagelaten heeft bekendheid verworven
over de hele wereld en hun unieke verhaal - eigentijdse verkondigers
te zijn van de eeuwenoude waarheid - is wel degelijk bij hem
ontstaan.
Als geen ander wist hij de religieuze mogelijkheden van zijn tijd
in te schatten en heeft hij het gewaagd de positieve elementen
binnen de kerkelijke traditie (de ware leer, het kloosterleven met
de studie) te combineren met de positieve elementen uit de 'ketterse'
religieuze bewegingen (de rondtrekkende prediking, het strikte
evangelische leven).
Een symbiose die vruchtbaar bleek.
Als de dominicanen vandaag open oog en oor hebben voor de tekenen
van de tijd en daarop adequaat evangelisch proberen in te spelen,
dan is dat een rechtstreekse erfenis van hun stichter.
Vastgeroeste opvattingen en denkbeelden overboord kieperen,
onbevangen en vrijmoedig nieuwe inzichten een kans geven en toch
kritisch blijven, de dialoog met andersdenkenden niet uit de weg
gaan, ruimte laten voor een zinvolle volwassen geloofsbeleving met
de nodige aandacht voor de dagelijkse realiteit. Platgetreden paden
durven verlaten en nieuwe toekomstgerichte wegen inslaan met het
risico op mislukking, maar er volledig op vertrouwend dat de vlaspit
niet wordt gedoofd en het geknakte riet niet gebroken. Het woord van
Matteüs, "Om niet hebt gij ontvangen, om niet zult gij geven" in
praktijk maken en kennis en kunde dus voortdurend aanscherpen om ze
ten dienste te stellen van anderen.
Voeg hierbij nog de kunst om met humor en pit met beide voeten in
het leven te staan, laat dit alles gedragen worden door een
welgemeende hartelijkheid, een ongebonden, vrank en vrije
vrijbuitersmentaliteit met duidelijke Uilenspiegeltrekjes en je hebt
- m.i.- een perfecte doorsnede van wat je zou kunnen noemen: de
dominicaanse spiritualiteit.
Deze dominicaanse inspiratie en levensstijl is lang geen
voorrecht van paters en religieuzen; ook leken voelen zich erin
thuis.
De orde van de dominicanen heeft trouwens altijd al een
belangrijke plaats ingeruimd voor de leken en ze creëerde een soort
structuur waarbinnen die leken hun dominicaan-zijn kunnen voeden en
beleven: de Dominicaanse Familie.
Naast enkele paters en zusters vind je hierin een bonte
verzameling van mensen die zich op de een of andere manier met
dominicanen verbonden weten, met hen in contact gekomen door een
artikel, een preek, een interview, via familie, vrienden of
kennissen of doodgewoon toevallig. Hun interesse voor de
dominicaanse geest hebben ze gemeen en af en toe komen ze samen om
daarmee en daaraan te werken.
Geloof me, 'waarheid, vrijheid en blijheid' - de drie pijlers van
het dominicaanse gedachtegoed - zijn ook vandaag nog de moeite waard
om ermee op stap te gaan.
Overgenomen uit een toespraak van Bea DUYS in de Sint-Pauluskerk,
Antwerpen